Minimum kwaliteit van de gehuurde woning
Deze regels zijn van verplichtende aard wat betekent dat zij steeds van toepassing zijn zelfs wanneer het contract een tegenovergestelde clausule inhoudt. Deze laatste regel is enkel van toepassing op huurovereenkomsten die na 18 mei 2007 worden afgesloten.
2. De verhuurder moet er bovendien voor zorgen dat, op het ogenblik dat hij de huurovereenkomst sluit, zijn onroerend goed “beantwoordt aan de elementaire vereis-
ten van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid”.
Het koninklijk besluit van 8 juli 1997 heeft deze begrippen concreter omschreven.
De absolute minimumvereisten waaraan een gehuurde woning moet beantwoorden hebben voornamelijk betrekking op:
• de functies van de woning
• de structurele en stabiliteitsvereisten
• de vochtigheid van de woning
• de natuurlijke verlichting en verluchting
• de uitrusting van de woning
• de toegang tot de woning en verkeer binnen het gebouw.
Uitzondering: de partijen kunnen een huurovereenkomst met renovatie afsluiten. De renovatieovereenkomst moet schriftelijk en zo duidelijk mogelijk bepalen:
• welke de werken zijn die de huurder zal uitvoeren en de termijn die hij hiervoor zal nodig hebben;
• welke de tegenprestatie zal zijn waartoe de verhuurder zich verbindt, evenals de duur van deze verbintenis die niet noodzakelijk gebonden is aan de termijn die nodig is voor het uitvoeren van de werken.
• de geplande werken moeten minstens tot doel hebben de onvolkomendheden van de woning op dit vlak te verhelpen;
• de renovatiewerken moeten precies omschreven zijn;
• de aanvang voor de werken moet binnen een redelijk tjdstip zijn bepaald;
• er mag geen huur worden gevraagd tijdens de termijn die overeengekomen is om de renovatiewerken uit te voeren;
• de termijn moet redelijkerwijs voldoende zijn om die werken uit te voeren.



